Zilver

Zilver werd al voor het begin van onze jaartelling gebruikt voor versiersels en als betaalmiddel. Uit opgravingen blijkt dat al 4000-3500 v.Chr. Zilver werd gescheiden van lood op eilanden in de Egeïsche Zee en Anatolië. Vaak werd zilver geassocieerd met de maan, de zee en verschillende goden. In de alchemie werd voor zilver het symbool van een halve maan gebruikt en alchemisten noemden het Luna. Van het metaal kwik werd gedacht dat het een soort zilver was. In sommige talen blijkt dat nog uit de naam die kwik heeft zoals quicksilver in het Engels of kwikzilver (met de betekenis levend zilver) in wat ouder Nederlands. Veel later bleek het om twee volstrekt verschillende elementen te gaan.

De naam zilver leidt via het Oudhoogduits silbar van de Germaanse wortel *seluƀra-. Men vermoedt dat het hier een leenwoord betreft dat uit Klein-Azië of nog verder weg afkomstig is. In het Latijn heet zilver argentum, waar zilver het symbool Ag aan dankt.

Zilver wordt veelvuldig toegepast in industriële processen en ongeveer de helft van de vraag naar zilver komt uit deze hoek. In de fotografie werd zilver ook veel toegepast, maar dit neemt sterk af; in 2003 lag het verbruik op zo’n 200 miljoen troy ounce, maar dit was gedaald tot zo’n 50 miljoen ounce in 2013. Verder wordt zilver gebruikt voor juwelen en munten. De vraag naar zilver vanuit speculatieve of beleggingsdoeleinden fluctueert heftig van jaar tot jaar. In 2007 was de schatting dat geen zilver voor dit doel werd gekocht, maar in 2013 kochten beleggers ongeveer 245 miljoen ounce zilver.

De verhouding goud: zilver is de verhouding tussen de respectieve spotprijzen van goud en zilver. Simpel gezegd beschrijft dit hoeveel ons zilver kan worden gekocht met één ons goud. Goud is altijd duurder geweest dan zilver, maar als de ratio onder de 1 zou komen, zou dit niet langer het geval zijn. Dit is geen vaste verhouding en verandert regelmatig afhankelijk van de huidige spotprijs van de metalen. Hoewel hun prijsbewegingen vaak worden beïnvloed door veel van dezelfde factoren, namelijk inflatie en het algemene sentiment ten aanzien van andere beleggingen, bewegen hun prijzen niet altijd in hetzelfde tempo. Als zodanig is de relatie tussen de twee edelmetalen in de loop van de tijd erg gevarieerd.

Hoewel het niet gegarandeerd is, zal de ratio gewoonlijk stijgen tijdens bearmarkten van edele metalen, wat betekent dat de kloof tussen hun waarden groter wordt, en dalen tijdens bullmarkten, wat betekent dat goud minder waardevol wordt in verhouding tot zilver. Dit komt omdat zilver doorgaans een veel vluchtiger metaal is dan goud, dus de prijs ervan zal radicale schommelingen ondergaan, afhankelijk van de aard van de markt.

De periode van 5 jaar tussen 2011 en 2016 is daar een perfect voorbeeld van. Sinds 2011, toen de zilverprijs piekte, is de verhouding meer dan verdubbeld. In april 2011 was een ounce goud ongeveer 31 keer meer waard dan een ounce zilver, in februari 2016 was die verhouding bijna 80:1. Hoewel de prijs van beide metalen sindsdien aanzienlijk is gedaald, daalde zilver tot bijna een derde van de waarde van 2011. Om de verhouding in perspectief te plaatsen, was het mogelijk om meer dan 70 x 1kg zilverbaren te kopen voor hetzelfde bedrag als een 1kg goudbaar. De volatiele aard van de zilverprijs is de belangrijkste reden achter de neiging van de ratio om zo sterk te fluctueren.

Hoewel dit niet de hoogste ooit was, was de waarde van zilver zelden zo laag in vergelijking met goud. Dit maakte zilver een potentieel aantrekkelijke belegging in 2016, omdat de prijs erg goedkoop was in vergelijking met goud, maar nu in 2018 grenzen we aan recordmarges tussen goud en zilver.

Op basis van historische trends is het mogelijk dat, als edele metalen opnieuw een opleving doormaken, de zilverprijs zou kunnen stijgen, waardoor de verhouding aanzienlijk zou worden aangescherpt.